| Notes |
- Abraham Gevers (Rotterdam, 20 augustus 1712 - aldaar 15 oktober 1780) was onder meer lid van de vroedschap en burgemeester van Rotterdam en bewindhebber van de VOC.
Leven en werk
Gevers, lid van de familie Gevers, werd in 1712 geboren als zoon van Paulus Gevers en Adriana Leuven. Hij was van 1731 tot 1732 schepen van Cool en van 1738 tot 1739 van Schieland. Van 1740 tot 1773 was Gevers lid van de Rotterdamse vroedschap. In 1773 werd hij op eigen verzoek ontslagen. Hij vervulde diverse bestuurlijke functies in en voor de stad Rotterdam. Hij was onder meer weesmeester, gedeputeerde ter dagvaart, kapitein en kolonel der schutterij, boonheer en rekenmeester. In de jaren 1758/1759, 1762/1763, 1766/1766 en 1771/1772 was hij burgemeester van Rotterdam. Van 1768 tot 1771 was hij gecommitteerde bij de Admiraliteit op de Maze en van 1741 tot 1771 bewindhebber van de VOC.
Gevers trouwde op 25 mei 1740 met Kenau Deynoot. Zijn vrouw overleed in 1748. Een deel van hun nakomelingen combineerden beide achternamen tot Gevers Deynoot. Hij hertrouwde op 15 maart 1754 met Catharina Wilhelmina van der Stael.[2] Een zoon uit dit tweede huwelijk was het latere Tweede Kamerlid Piet Gevers, die door koning Willem I in de adelstand werd verheven.
Gevers was een verzamelaar van naturaliën, zeldzaamheden in de natuur. Zijn naturaliënkabinet trok vele bezoekers uit heel Europa. Hij overleed in 1780 op 68-jarige leeftijd op zijn buitengoed Crooswijck.
Bron: Wikipedia
- Gevers (ook: Gevers Deynoot, Gevers Leuven en Gevers van Endegeest) is een regenten-, later adellijke familie in Nederland.
De stamvader van het Nederlandse geslacht Gevers is Hendrik Gevers, schout van Wachtendonk die tussen 1563 en 1576 vermeld wordt. Zijn zoon Jan Hendricxz Gevers (overleden 1611), week vanwege het oorlogsgeweld uit naar de Nederlanden en vestigde zich als kaarsenmaker en vettewarier in Rotterdam. Hij kocht een huis aan de Blaak en woonde ook in "Het Root Scharlaken" in de Kipstraat.
Verschillende van zijn nakomelingen zouden een belangrijke rol in het bestuur van de stad Rotterdam spelen. Een kleinzoon van de laatste, Abraham Gevers (1629-1717), was de eerste met bestuursfuncties in Rotterdam, en was de grootvader van Abraham Gevers (1712-1780). Deze laatste trouwde tweemaal, de eerste keer met Keno Deynoot (1714-1748), waarna later de naam Gevers Deynoot ontstond, de tweede keer met Catharina Wilhelmina van der Staal, vrouwe van Kethel en Spaland (1736-1806) die beide heerlijkheden in dit geslacht bracht. Vijf zonen uit deze twee huwelijken zijn de stamvaders van vijf onderscheiden adellijke takken, waarvan anno 2000 de oudste en middelste waren uitgestorven.
Tussen 1815 en 1906 werden telgen uit dit geslacht verheven in de Nederlandse adel; in 1857 werd aan jhr. Johan Cornelis Gevers (1806-1862) de titel van baron verleend, overgaande bij eerstgeboorte. Bij de verschillende adelsbesluiten werden steeds opnieuw wapens vastgesteld.
Vele telgen speelden in de 19e en 20e eeuw een rol op bestuurlijk vlak, op lokaal, provinciaal en nationaal niveau. Daarnaast waren enkele telgen (top)diplomaten. Anno 1993 kende het geslacht talrijke nakomelingen. Chef de famille was toen jhr. Hugo Paul Gevers Deynoot (1943), uit de tweede tak.
Leden van de familie Gevers waren in het bezit van onder andere Kasteel Endegeest en Kasteel Marquette.
|